Kortverhaal: De treinreis

De avond van 18 februari nam ik de trein naar de toekomst. Samen met mijn beste vriend gingen we de moordenaar van mijn vader achterna, die dezelfde trein opstapte. Het was een mooie, glanzende, gouden trein. Het was net als in een sprookje. Je had er 3 klassen: Klasse één voor de armen, klasse twee voor het gewone volk en klasse drie voor de rijken. Mijn beste vriend Tom behoorde eigenlijk tot het gewone volk, maar ik wou hem daar niet achterlaten en smokkelde hem mee naar klasse drie. Het zag er zo fantastisch mooi uit. Er waren gouden tafels en stoelen en een feestelijk buffet. De tafels waren allemaal versierd met rode bloemblaadjes en goed ruikende kaarsjes. Zowel de vloer als het plafond waren bedekt met diamanten en wanneer de zon erop scheen kwam een mooie regenboog tevoorschijn. Plots hoorden we naderende voetstappen. Ik keek recht voor me uit en stond oog in oog met de moordenaar die onmiddelijk wegliep. We renden zo snel als we konden hem achterna: van de ene wagon naar de andere, van de ene klasse naar de andere. We hoopten hem te pakken te krijgen, maar de man verdween achter een mysterieuze deur waarop geschreven stond: “VERBODEN TOEGANG”. Toch waagden we ons naar binnen. Er scheen een fel licht en opeens werden we meegezogen naar het verleden, de plek waar mijn vader vermoord werd. Doodsbang bleef ik staan en gaf Tom een trillende hand. Ik voelde mijn tranen vloeien langs mijn wangen. En dan voelde ik die vreemde hand op mijn schouder…

Ik werd wakker door mijn mama die hevig aan mijn schouder schudde. De eerste zonnestralen schenen zwakjes door de gordijnen naar binnen. “Wat heb je gedroomd?”,vroeg ze met een bezorgde stem, waarna ze wees naar het zweet dat plakte op mijn voorhoofd. Aarzelend antwoordde ik dat het ging over een trein. Ik wilde het niet zeggen dat ik weer gedroomd had over mijn vader. Enkele jaren geleden was hij overleden. Het was gebeurd op een trein, een oud vrouwtje had hem gevonden tussen de zetels. De dader hebben ze nooit teruggevonden. Ik rekte me uit en stapte naar de eiken kast. Ik bekeek het houten treintje en streelde er lichtjes over. Duizenden stofdeeltjes dwarrelden door de lucht. Dit treintje bracht zoveel herinneringen mee.Ik herinner me het moment nog dat ik het gekregen had. Bij het treintje stonden foto’s. Het waren foto’s van mijn vader en van mijn beste vriend Tom. In mijn ooghoek zag ik dat mama ook naar het treintje stond te staren. Haar ogen werden glazig en gevuld met verdriet. Ik wist dat ze de dood van mijn vader nooit zou kunnen verwerken. Het ergste was dat we niet wisten wie deze ellende had aangericht. Mijn vader was een sociale en vermakelijke persoon die iedereen deed lachen. Hoe kon hij dan vijanden hebben? We zullen het nooit weten.

Ik zal het uitzoeken waarom mijn vader een vijand had en waarom deze man mijn vader heeft vermoord. Van waar kende de man mijn vader? Mijn vader had thuis een kamer waar hij altijd werkte en ik niet in mocht, misschien was er daar iets dat me kon helpen. Ik stelde vragen aan mijn mama over de kamer, maar ze wilde er niet over spreken en deed een beetje vreemd. Toen ik op school zat kon ik mij echt niet concentreren, ik dacht de hele tijd aan mijn vader. Ik zei tegen de leerkracht dat ik me niet goed voelde zodat ik richting huis kon gaan. Ik ging met de fiets naar huis. Er was niemand thuis. Ik probeerde in de kamer te gaan maar ze was op slot. Ik zocht overal sleutels in huis. Ik had er een paar gevonden maar die pasten jammergenoeg niet. Ik wist niet meer waar zoeken. Door al dat zoeken werd ik een beetje moe en viel uiteindelijk in slaap. Plots hoorde uk geluid in huis en werd wakker. Mij mama was thuis gekomen. Ik had weer dezelfde droom als de vorige keer. Ik ging naar mama en vertelde over mijn droom die steeds opnieuw had. Ze reageerde niet echt op wat ik zei. Plots zag ik dat ze nog sleutels in haar handtas zitten had. Ik vroeg naar de sleutel van het kantoor van papa. Ik vroeg aan mama of ik een kijkje mocht nemen in zijn kantoor. Ze gaf me de sleutel. Ik deed de deur open, stak het licht aan en schrok me dood…

Er lag of stond niets in de kamer. Ik verstond het helemaal niet meer. Waar waren de meubels en documenten van mijn papa heen? Plots ging het licht uit en sprong het noodlampje aan. Toen ik naar het noodlampje wandelde ging er een deur open. Ik had die deur nog nooit gezien. Ik vroeg me af mama wist dat die deur daar zat. Zonder erbij na te denken ging ik naar binnen. Ik kwam terecht op een verlaten perron, met een stilstaande trein. Ik liep naar de trein toe en zag daar een man zitten van ongeveer 40 jaar. Hij deed me aan mijn vader denken, hoe dichter ik kwam hoe meer hij op mijn vader leek. Plots hoorde ik de man mijn naam roepen. Ik wist het zeker die man was mijn vader! Ik verstond er helemaal niets van, mijn vader was toch vermoord? Ik begon te wenen en de man, mijn vader, pakte me dicht bij zich en begon me te knuffelen. Op dat moment dacht ik, ‘ik laat hem nooit meer los.’

Ik zat vol vragen en ik wist niet waarmee ik moest beginnen. Wat had he gedaan in de tussentijd? Welke plek is dit? Hoe ben je hier terecht gekomen? Maar het belangrijkste was dat ik hem eindelijk weer terug zag. Ik heb mijn papa zo gemist en nu zag ik hem hier terug. Maar het duurde niet lang. Mijn vader zei: “Ga maar terug, je kunt niet lang blijven, maar morgen kun je terugkomen.” Zonder poespas moest ik vertrekken. Ik wist niet waar ik het had. Ik wilde alles aan mama vertellen maar toen ik het perron verliet en terug in de kamer kwam was het al donker buiten. Ik ging maar slapen en hopen dat dit alles geen droom was. De volgende ochtend stond ik op en wilde onmiddelijk terug naar mijn vader maar toen stond mama voor mijn neus. Ze wilde me spreken. ‘Celeste we moeten praten.’ Ze vertelde me dat ik niet teveel hoop moest hebben dat dit alles zou blijven duren. Want toen mama naar mijn vader ging kwam hij plots niet meer opdagen. Hij had haar enorm gekwetst en ze wilde niet dat mij hetzelfde overkwam. Ik wilde haar niet geloven maar vond het ergens wel raar dat mama niet naar de kamer ging. Ik zei haar dat ik ging oppassen en me zou voorbereiden op wat misschien komen zou. Maar nu wilde ik bij mijn vader zijn en hem alles vertellen en vragen wat er gebeurd was.

Waarom doet mijn mama toch zo vreemd? Wat is er gaande? Mama keek op en had de filmband van de camera’s vast. Er zaten in het plafond camera’s. Dus wanneer ik de leegstaande kamer van mijn vader binnenkwam werd er gefilmd. Mama vertelde me dat ze wist wie mijn vader heeft vermoord, want op de beelden staan alle details. De man had zwarte kledij aan, hij had een bivakmuts op, hij had zwart haar en liep er onverzorgd bij. Mama toonde de baewakingscamera aan me. Ik keek naar het filmpje. Toen ik inzoomde toen wist ik wie de dader was. Het was Nick, de broer van mijn vader. Toen Nick en mijn vader nog bij hun ouders woonden, werd mijn vader altijd voorgetrokken. Hij was de voorbeeldigste jongeman in het gezin, hij deed alles wat er van hem gevraagd werd. Nick had het vroeger heel moeilijk, hij mocht niet veel van zijn ouders omdat zijn resultaten naar de zwakke kant waren. Uit wraak en uit woede heeft hij enkele jaren geleden mijn vader vermoord. Na enkele dagen wer Nick opgepakt, en kreeg levenslang cel wegens moord op een familielid.

En zo was ik weer de hoop op een vader kwijt…

Je houd misschien ook van..